ga naar de website

"VEI LOU QUÉRI" in de Creuse - Limousin
Chambres en Table d'Hôtes en Gîte
"CHEZ MÉMÉ DELPHINE"

3, Route du Geay    
23220 Moutier-Malcard    
Frankrijk    
Tel. 0033 555 806608    
corrieron@wanadoo.fr    

Nieuwsbriefje no. 3 - februari 2005

Lieve lezers,

Zo, en nou zijn jullie eerst eens aan de beurt met nieuwsbrief 3, hoewel het schrijven in etappes zal gebeuren. Het is namelijk al 6 uur en weliswaar eten we - ook als we samen zijn - al niet meer op Hollandse tijden, Ron begint om 7 uur toch wel vragend naar me te kijken. En ja, jullie weten al dat eten koken hier echt mijn exclusief domein en taak is. Het haalt me in ieder geval even achter (ja, Janny, ik weet het, ‘voor’) de computer vandaan. Daar heb ik de afgelopen maanden aardig wat tijd doorgebracht. En dat is ook de reden dat het er maar niet van kwam om de volgende editie van de nieuwsbrief te schrijven (ik kan moeilijk roepen druk, druk, druk). Eerst heb ik de tekst van onze website in het Engels vertaald, daarna een cursus website bouwen gevolgd, toen die tekst in de goede vorm gegoten en vervolgens op het wereldwijde web gebracht. En natuurlijk meteen maar de Franse en Nederlandse versie bijgewerkt. En als je het zo opschrijft, lijkt dat allemaal zo gepiept, maar in de praktijk duurt het natuurlijk wat langer.
Ook leverde ik nog het journalistiek voorwerk voor een artikel dat binnenkort in een Nederlands streekblad komt te staan over ons, in de editie van 16 maart als het goed is, in het blad Art & Lifestyle dat verschijnt in de Alblasserwaard/Vijfheerenlanden (echt dé streek voor zo’n glossy Engelse titel). Voormalige streekgenoten: kopen dus!

Inmiddels ben ik verder gegaan met het volgende project wat afmoet en -kan. Zoals jullie misschien weten, mikken we hier ook op wandel- en fietspubliek en zijn we bezig daarvoor allerlei eigen routes te maken. Er zijn al heel veel bestaande routes in de Creuse, maar wij vinden het toch het leukste om de mensen ook vanuit ons huis allerlei mooie alternatieven te bieden. En, omdat Ron toch even echt niet kan klussen omdat hij geteisterd wordt door twee tennisellebogen, is hij nu op de ATB allerlei routes aan het zoeken, samen met z’n trouwe fietsmaat, de hond (waarover later). Ik mag het dan op papier zetten, vertalen en verder afwerken (want ja, typen kan hij ook niet). En die te verwerken stapel groeit met de dag. Maar goed, nu eerst deze nieuwsbrief.

 Voorafgaand aan het schrijven van dit epistel, zit ik net nieuwsbrief 3 nog eens te lezen om te zien hoever jullie in theorie op de hoogte zijn van ons reilen en zeilen hier in Frankrijk. Jemig, wat lijkt dat al lang geleden dat ik dat schreef. Nee, het lijkt niet alleen, maar het is ook lang geleden (december 2003), maar ik bedoel meer: wat is er al weer veel gepasseerd in die tijd. Laat ik het dus maar gauw over 2004 hebben.

2004, ons tweede echte seizoen als chambres d’hôtes en ons eerste seizoen als table d’hôte (met diner, weetjenogwel). Was 2003 al een goed jaar, 2004 was nog beter, daarbij geholpen door die website in het Frans en in het Nederlands, nog steeds onze collega’s, mond-tot-mond reclame (in het Frans heet dat mond-tot-oor reclame overigens) en niet te vergeten onze trouwe gasten die voor de 2e, 3e, 4e of zelfs nog ‘meerde’ keer kwamen. Het seizoen begon zo’n beetje in april en liep door tot eind oktober. Niet dat we echt al die maanden alle kamers bezet hadden, maar het heeft ons goed bezig gehouden. Daarvoor en erna hebben we ook steeds wel mensen gehad, op dit moment ook, maar mondjesmaat natuurlijk. In augustus waren we echt dagelijks ‘complet’. En, met bijna allemaal meeëters dus. Het is zelfs een paar keer gebeurd dat ik voor 19 man heb staan koken, als er ook nog familie of vrienden over waren.

“Is dat nou niet veel te hard werken of word je dat nou niet eens een keer zat, al die mensen over de vloer en aan tafel?”, wordt ons veel gevraagd. Nee dus. Natuurlijk is het in zo’n maand als augustus doorbuffelen, maar ach, dat is maar een maand. We hebben nog niet één keer de neiging gehad om een leugentje voor bestwil te maken en te zeggen dat we ‘complet’ waren of ’s avonds geen ‘repas’ zouden serveren. En die maaltijden ’s avonds zie ik overigens helemaal niet als werk. Gezellig met je gasten aan tafel. Lekker eten, een goed glas wijn en leuke ontmoetingen en gesprekken. Wat wil je nog meer. Voor mij is dat de dagelijkse ontspanning, naast de wandeling met de hond(en).
Inderdaad, leuke gesprekken. In het Nederlands, Engels, Duits, maar vooral in het Frans. We schatten dat onze gasten voor 70% Frans waren, 20% Nederlands, 4% Engels en dan hier en daar nog een verdwaalde Duitser, Zwitser, Italiaan, Marokkaan, Algerijn, Amerikaan en Japanner. Nee, ‘verdwaald’ is niet echt het goede woord. Het waren allemaal mensen die bewust voor een vakantie in de Creuse hadden gekozen. Ron heeft voor die Amerikanen zelfs 3 dagen als gids en chauffeur gespeeld.
En vaak zitten al die nationaliteiten met elkaar aan tafel, waarbij wij dan vaak als tolk fungeren. Alle talenlaadjes in de hersenen staan dan tegelijk open en soms eindigt zo’n avond er dan – na een paar glaasjes wijn - mee dat ik Frans tegen de Nederlanders begint te kletsen en Engels tegen de Fransen. Ron is tegen die tijd verbaal meestal al afgehaakt en neemt de gelegenheid te baat om de kaas te serveren, koffie te gaan zetten en de keuken op te ruimen. Ik prijs mezelf dagelijks gelukkig dat ik geboren ben met een talenknobbel en dat ik inderdaad 4 talen heb kunnen leren. Dat is toch maar hartstikke makkelijk.

We prijzen ons ook gelukkig met de mensen die we hier te gast hebben. Het zijn allemaal (nou ja, bijna allemaal) zulke aardige, beschaafde mensen, dat vinden we echt heel bijzonder. Hartelijk, belangstellend, vol bewondering voor ons huis en wat we daarin en omheen tot stand gebracht hebben, vol waardering ook over hoe we onze gasten ontvangen. Het gebeurt zelfs vaak dat mensen cadeautjes voor ons meenemen of naderhand sturen, waaronder mooie fotoreportages. Of aan tafel specialiteiten uit hun eigen streek trakteren, ook voor de andere gasten. Ja, echt. Of gasten die spontaan aanbieden om mijn Marokkowerk te steunen door bijvoorbeeld alle Franse vertalingen te controleren. Ja, zelfs gasten die ons mee uit eten nemen………….. En wat dacht je van die oudere Fransman die spontaan aan tafel begint te zingen, hij was vroeger operettezanger geweest en had zelfs eens een plaat opgenomen.
Of dat gezin dat voor drie nachten twee kamers had gereserveerd (oma, dochter met man en twee kleinkinderen) en die me bij vertrek toefluisterden dat ze maar één badkamer hadden gebruikt en hun eigen handdoeken, dan had ik niet zoveel werk.
Of die man die kinderboekenschrijver bleek te zijn en bij het eten spontaan verhalen ging zitten vertellen aan de ook aanwezige kinderen. Nou ja, zo kan ik nog wel even doorgaan.

Aan tafel vindt er echt verbroedering plaats en hebben bijvoorbeeld Fransen en Nederlanders die elkaars taal niet spreken, toch de grootste lol met elkaar, ook de volwassenen…….. En dan die Franse kindertjes die zo keurig de hele avond blijven meetafelen en dan als ze naar bed gaan alle gasten een welterustenkusje geven (en ’s morgens krijg ik er weer een). Met Pinksteren ben ik zelfs oppas geweest voor 4 Franse kleintjes (eten, naar bed brengen én een verhaaltje voorlezen, en het ging nog goed ook!). We hadden een hele familie in huis en opa en oma wilden hun kinderen op een rustig avondje uit trakteren. Dus wat doe je dan…….. juist, je ontdekt weer nieuwe talenten bij jezelf.

Jullie begrijpen het al. Ons “werk” is gewoon echt leuk! En dat is natuurlijk een van de voorwaarden om het hier naar ons zin te hebben en houden. Alle andere omstandigheden werken daar overigens ook hard aan mee. Iedereen die hier geweest is, kan immers beamen wat een mooi huis we hebben, wat een ruimte en rust er hier heerst, hoe schoon en mooi de omgeving is en wat een aardige mensen er (ruim) om ons heen wonen. In het dorp zijn we inmiddels zo ingeburgerd dat we ook al in de feestcommissie meedraaien. Dat betekende het afgelopen jaar bijvoorbeeld dat Ron feesttenten mee op- en afbouwde, bardienst draaide op de nationale feestdag 14 juli (dat viel niet altijd mee met al die bijzondere drankjes met nog bijzonderdere namen die ze hier gebruiken) en ik die dag loten mocht verkopen voor de tombola (altijd prijs!). Het betekende ook dat we mochten meedelen in het ‘opmaken’ van het tegoed in de kas na afloop van het seizoen. Dan wordt er voor alle deelnemers aan de organisatie van al die festiviteiten een ‘repas’ gegeven in de ‘salle des fêtes’. Reuze gezellig!

Is het alleen maar feest bij ons? Nee hoor. Het afgelopen jaar ‘mochten’ we ook 3x naar ons 13e eeuwse kerkje voor een begrafenis en niet alleen maar voor ouwetjes. De halve bevolking is in de loop van de vorige eeuw naar elders in Frankrijk getrokken, maar velen willen toch in hun geboortegrond begraven worden. Het hele dorp is dan ook even overladen met auto’s en mensen. Ze komen van heinde en verre om de laatste eer te bewijzen. Als goede Moutierois doen wij dat dus ook, als het een bekende is. Ook al zijn ze niet meer praktiserend gelovig, wordt toch het kerkje als uitvalsbasis gebruikt. De oude pastoor van dik 90 is vorig jaar met pensioen gegaan. En helaas, de dorpsbewoners zijn niet echt content met de jonge pastoor (die 68 is!).

We hebben ons nog niet bezondigd aan het meegaan met een drijfjacht (op groot wild), hoewel we (nou ja, vooral Ron als man) daar wel voor uitgenodigd zijn. ’s Zaterdags is er altijd drijfjacht (battue) en daar kan iedereen mee mee. Zondags heet het de ‘promenade’ (wandeling), op kleinwild. Dan gaan de jagers er in hun eentje of met z’n tweeën op uit, met hun honden. Die dag wordt er niet veel geschoten. Ze vinden het vooral zo fijn om met hun honden te lopen, zeggen ze altijd, en ze vinden zich heel sportief zo’n dag. Waarom ze dat de andere 9 maanden van het jaar dan niet doen, is ons een raadsel. Maar goed, ’s lands wijs…. Ron is wel een keer met een buurman op zo’n promenade mee geweest. Gelukkig bleef het geweer in de ruststand en werd er meer over de natuur verteld dan geschoten. Jacht is hier geen spel van de rijken (die zijn er überhaupt helemaal niet), maar wordt vooral door de boeren beoefend. Als de jacht wordt geopend, zijn ze helemaal gek en wordt er wat afgeknald in het weekend. Dat enthousiasme verdwijnt gelukkig wel een beetje in de loop der + 3 maanden. Ik ben altijd weer blij als het helemaal afgelopen is, want ik loop toch niet zo rustig met Tessa die alle velden in en uit rent. Zelf mijd ik de tussendoorpaadjes en de plaats waar de drijfjacht is, je weet maar nooit, ze zouden me eens voor een mooie ree aanzien. Overigens is het aantal te schieten stuks wild vastgesteld. Ze hebben deze winter alleen in onze gemeente toch 35 reeën mogen schieten (en gedaan) en het stikt er nog van. En ja, er ligt ook een halve ree bij ons in de vriezer.

Ze eten hier veel meer “uit de natuur” dan we in Nederland gewend zijn (hoewel, was er niet het fabuleuze (!) idee van een smulbos voor de allochtonen…..?). In de winter is het dus het wild, daarna, nu dus, komt de wilde bieslook en begint men al paardebloemen (pissenlits, vind ik zo’n mooi woord) uit te steken voor de sla (een delicatesse met uitgebakken spekkies en een vinaigrettesaus). Vanaf het voorjaar tot en met de herfst zijn er dus de groenten, kruiden en het fruit uit de tuin én de vrije natuur. Gaan eigen schapen, lammetjes, koeien, varkens, eenden, konijnen, kippen en nog meer van dat gedierte de vriezer in. Men oogst slakken (brrr, plastic tassen vol met dat wriemelende spul), rivierkreeftjes, kastanjes en allerlei soorten paddestoelen. Vooral het verzamelen van die laatste is een ware rage. Loop ik anders altijd moederziel alleen door bossen en velden met de hond. In die tijd kom ik overal mensen tegen en moet ik zelfs even om me heen kijken voordat ik m’n plasje in de vrije natuur doe. (nee, dat is niet de leeftijd, maar het drinken van liters water per dag in de strijd tegen de kilo’s die er alsmaar aan willen blijven komen). De gesprekken van de dag worden dan ook bepaald door de goede of slechte mate van groeien (nee, niet van mij, maar van die paddestoelen) en waarom dat dan wel of niet komt.

Ook wij hebben inmiddels onze moestuin, dankzij René compleet met Westlandse kas, want wat zou de zoon van een voormalige druiventuinder zijn zonder kas, en de boomgaard is uitgebreid met jonge fruitbomen. In die boomgaard is ook een kippen- annex geitenhok verschenen. Eigenhandig gebouwd door Ron, daarbij geholpen door Chris, nog zo’n Ôllander die het stadse leven verruild heeft voor de Franse campagne. De buren hier hebben die Hollandse grondigheid met bewondering bekeken en hebben het al over ons kippenchâlet. Anderen vroegen zich af of het een extra gastenkamer werd of mogelijk een toevluchtsoord voor een van ons beiden………… Grootmoedig hebben wij daarop het ‘chalet’ aan onze buurman aangeboden als hij Marie-Solange eens zat zou worden nu ze is gepensioneerd en steeds thuis is. De echte bewoners moeten nog komen (4 kippen en een haan en twee dwerggeitjes), maar daarvoor moeten we nog een paar weekjes wachten. De vrouw van Chris weet overigens alles van tuinen en planten/bomen en voorziet mij grootmoedig van jonge aanplant voor onze tuin, die mede daardoor inmiddels erg mooi is geworden. Als tegenprestatie passen wij regelmatig op hun 14-jarige Beauceron (dat is een hond).

Zoals ook uit dit verhaal blijkt, is gezamenlijk eten in Frankrijk erg belangrijk. Zo wordt er bijvoorbeeld bij het op- en afbouwen van zo’n feesttent (waar dan ook weer maaltijden – al dan niet met zang en dans - in zijn gegeven) steevast ook veel eten aangedragen door de vrouwen van de mannen die dat zware werk doen (ik word daarvan vrij gehouden, omdat ik al zoveel voor anderen moet koken). En veel wijn natuurlijk. En tussen de middag. Eerst doen ze daarbij nog wel hun best om ‘beschaafd Frans’ te praten voor Ron, maar al gauw gaat iedereen ongemerkt over op het patois, het plaatselijke dialect. En Ron begrijpt er dan werkelijk niks meer van (ik overigens ook niet).
Na afloop van het seizoen hebben wij ons steentje bijgedragen door alle buren uit te nodigen voor een maaltijd. Ze hadden immers al zoveel eters rond het huis gezien. Dédé en Marguérite (79 en 70) met hun dochter Nelly (35) die net thuis was, Émile en Jeanine (85 en 76) en Roger en Marie-Solange (67 en 65). Dat begint dan om 12.00 uur met een aperitief en wordt vervolgd met een in dit geval 4 à 5 gangenmaaltijd. Ik had allemaal gerechten gemaakt die een groot succes waren bij de gasten, met ingrediënten uit onze eigen tuin (waarover later) en die van onze buren. Natuurlijk iets heel anders dan ze gewend zijn te eten. En zeggen ze in Nederland “wat de boer niet kent, dat eet hij niet”, nou daar was hier niets van te merken. Er werd met smaak gegeten en alles ging op. En het werd dermate gewaardeerd dat ik tegenwoordig van buurman Dédé ’s morgens als ik langs kom met de hond geen hand meer krijg, maar wordt gekust!

Wat een ouwetjes allemaal hè? En dat zijn nog niet eens de oudste van ons dorp. Hoewel, het begint wel te dunnen. Afgelopen week is een van onze buurvrouwen van 94 overleden en de andere zit in een verpleeghuis sinds een paar maanden en zal het waarschijnlijk ook niet lang meer maken. Ook Dédé had gezondheidsproblemen, hij bleek kanker aan een nier te hebben, dus dat was schrikken. Maar, die nier is verwijderd, hij is helemaal hersteld en loopt er inmiddels weer fris en vrolijk bij. Tja, de Creuse is niet voor niets het “oudste” departement.

Profiteren wij daar ook al van, oftewel, hoe gaat het met onszelf? Goed tot prima. Hoewel Ron’s chronische darmaandoening (nee, geen Crohn) aan het begin van het vorige jaar weer zo begon op te spelen, dat hij weer een paar dagen in het ziekenhuis heeft doorgebracht en zelfs aan de prednison moest. Gelukkig gaat dat inmiddels weer zo goed dat hij die troep al weer een poos aan het afbouwen is en daarmee over een week of 4 klaar is. Verder heeft hij door het vele klussen inmiddels twee fikse tennisellebogen, die hem danig dwars zitten, omdat hij én niet kan tennissen, maar ook niet kan klussen. Gelukkig kan hij z’n ei nog kwijt op de ATB (terreinfiets). Vrijwel dagelijks maakt hij ’s middags een toertje vergezeld van de hond.

En ik? Ach ik heb alleen wat last van typische plattelandskwalen, nl. wintertenen en hooi (of liever gezegd bloesem)koorts. Daar moet je dan 47 voor zijn om dat nog te krijgen. Inmiddels ben ik overigens 50! Ja echt. Hier nog een jonkie, en ik voel er niks van, maar toch. Bbrrrrr. Natuurlijk kan ik inmiddels niet meer zonder bril lezen. En bij het koken blijft hij inmiddels ook maar gewoon op, omdat heen en weer schuiven als je van een recept kookt zo lastig is. En die te snijden uien worden er toch ook al niet waziger meer op met vergrootglazen. Ook bij het schoonmaken blijkt het raadzaam dit met bril te doen, het is daarna een stuk schoner.  50, en het lijkt nog als de dag van gisteren dat m’n zus en ik bij het afwassen constateerden dat onze moeder ook maar beter met bril op kon gaan schoonmaken………..

En tot slot is daar de altijddurende strijd tegen de kilo’s waarover ik het al had. Hoe kan het ook anders met zoveel gezellige meergangen eetpartijen. In de vorige nieuwsbrief kondigde ik al aan dat we naar Nederland zouden gaan om mijn schoonouders’ 60-jarig huwelijksfeest mee te vieren. Ik had natuurlijk m’n mooiste pak meegenomen, had het echter niet gepast! Goed, ik heb het aangehad, maar eigenlijk was het geen gezicht. Weer thuis vonden we nog een spiegel op zolder die bleek te horen bij een commode die we op onze slaapkamer hebben. Prachtig geheel, alleen, in die commode zit mijn ondergoed en die spiegel bleek precies dat deel van mijn lichaam weer te geven waar dat ondergoed overheen moest en dus veel te veel kilo’s zaten. Dat was minder prachtig…….
Dat was dan ook het moment om te rade te gaan bij mijn schoonzus die de zomer ervoor 15 kilo was kwijt geraakt. Je hebt het al begrepen, heel veel water drinken dus en natuurlijk minder eten. Én, het heeft gewerkt en werkt nog steeds. Ik zit weer op m’n preémigratiegewicht.
Ron was trouwens ook knap dik geworden, vooral z’n hoofd, maar dat kwam door de prednison en dat is gelukkig al weer aardig genormaliseerd.

En hoe is het met ons blafkind Tessa? Geweldig! We hebben haar nu bijna een jaar (uit het asiel hier gehaald waar ze 6 maanden in gezeten had, na haar eerste 9 maanden in een appartementje in de stad) en ze is aardig op weg om een modelhond geworden. Ze ziet er prachtig uit, is aardig voor iedereen (wel handig als je gasten hebt), van oud tot jong (ze heeft een van onze meest gewaardeerde gasten zelfs verleid zich te bekeren tot hondenliefhebber), en tegelijkertijd goed waaks. Kortom, het is weer gelukt, hoewel we er een erg hard hoofd in hadden en wel vier keer op het punt hebben gestaan om haar terug te brengen naar het asiel, als ze weer eens tussen de kippen, koeien, schapen of andersoortig gedierte was gesprongen. Zo van “waaaaaaaaauuuuuuuw, het ruikt naar dieren en het beweegt, wil het met me spelen?” Tja, die dieren begrepen al dat enthousiasme niet echt, wij trouwens eerst ook niet. Dat valt ook niet mee als ze een lammetje in de nek grijpt en er eens gezellig mee aan het dollen gaat………
Kon ze in het begin helemaal niet lopen, ze struikelde regelmatig over haar eigen grote poten, en wist ze niet wat uitlaten was, ze is nu niet meer te houden en inmiddels een echte atlete geworden. Ik loop ’s morgens zo’n 1,5 uur en Ron pakt ’s middags de ATB of gewone fiets en doet ook nog eens zo’n rondje met haar. Niet dat we ze altijd zien, ze is veel zelfstandig op stap, haar neus achterna, maar haalt ons altijd weer in, of komt gewoon wat later thuis. Geen punt, ze springt gewoon over een hek van 1,5 meter of hoger en doet zelf de deur wel open, ook van binnenuit trouwens. En kon ze in het begin helemaal niet alleen blijven (kennen jullie het verhaal al van mij een week lang op een stretcher overal in huis?), ze stopte er zomaar ineens mee om ’s nachts naar boven te komen (in het begin wel 8x per nacht) en inmiddels heeft ze (overigens pas 14 dagen) er vrede mee dat ze ’s nachts in de bijkeuken slaapt. Nog meer leuke anekdotes (nou ja, leuk….)? Oké, hier komen er een paar.

Onze eerste warme maaltijd met haar in huis, ze at doodgemoedereerd van ons bord mee. Gaan jullie naar bed? Lekker, ik ook en ze nestelde zich direct naast Ron op het kussen. Hé, is dit jullie zitkamer, even alle stoelen en tafels proberen, en ze liep zo over alles heen.
Enig idee hoeveel Franse kaas ze heeft verorberd als dat in de keuken klaar stond voor de gasten en we er net even geen erg in hadden? Goh, smaakt die bril ook ergens naar?
En wat te denken van die verjaardagstaart voor een gast die in ongeveer 2 seconden voor driekwart werd verorberd, compleet met kaarsjes? Enz. enz.
We hebben dus heel wat met haar te stellen gehad en het heeft heel lang geduurd voordat ze enige blijk gaf van affectie. Ze was uiterst neutraal, vooral naar mij. Het viel voor ons dan ook niet mee, om in haar de succesvolle opvolger te zien van onze ouwe trouwe Kanjer. Voor haar trouwens ook niet. Wat wil je, te moeten opboksen tegen zo’n voorgangster, geen Nederlands spreken, al zo lang geen commando’s noch vrijheid gewend zijn, enz. Maar, inmiddels is haar dat aardig gelukt, ze voelt zich heel erg thuis, is tweetalig en moet volgens onze buren toch wel de gelukkigste hond van de Creuse (minstens) zijn. Als jullie haar nog niet hebben gezien, kijk dan maar eens op de website, daar staat ze ook op (op de pagina’s ‘wie zijn wij’).

Andere gelukkigen zijn mijn Marokkaanse vrienden voor wie ik nog steeds wandelreizen probeer te organiseren. Het kost nog steeds heel veel tijd en moeite en soms is het allemaal heel demotiverend als een geplande reis niet kan doorgaan wegens te weinig deelname. Maar, als er dan opeens weer twee groepen achter elkaar zijn van 14 man, tja, dan is iedereen weer blij. Ook ik, want het wordt voor mij ook steeds leuker om daar te komen. Ik ga steeds meer mensen kennen, het wordt steeds vertrouwder en ik word op handen gedragen. Inmiddels zijn ook de eerste Fransen mee geweest. Gaan jullie vooral allemaal door met reklame voor me maken, ook voor Marokko dus!

Nou, nog een laatste succesje, en dan ga ik maar eens stoppen (ik zie tot mijn schrik dat ik al op de 6 pagina’s zit). Net voor de kerst kregen we bericht dat we met onze chambres d’hôtes waren uitverkoren om in de Routard te staan. Dat is dé Franse reisgids (waar ook ter wereld kan je daar de Fransen aan herkennen). Je komt daar niet zo maar in, maar wordt eerst bezocht zonder dat je het weet (zoals voor de Michelin gidsen). En blijkbaar zijn we goed genoeg bevonden, want er is een heel lovend stukje in verschenen én die eer is alleen ons en een collega hier 30 km vandaan ten deel gevallen. Overigens heeft ook Michelin aangekondigd dat ze ons dit jaar met een bezoek zullen vereren. We zijn gepast trots dus en houden jullie op de hoogte.

Wij, op onze beurt, stellen het op prijs van jullie reilen en zeilen op de hoogte te blijven en zien jullie uiteraard graag massaal weer naar Moutier-Malcard komen.

Tot…….
Corrie en Ron
 

P.S. wanneer stopt Nederland eens met het verkwanselen van de taal? Het is echt schrikbarend zoveel Engels we op tv horen, terwijl er goede Nederlandse alternatieven voor zijn Het laatste idiote voorbeeld zagen we gisteren: de jeugdherberg heet tegenwoordig StayOkay Hostal…………. Bbahhhhhhhhh. Wat is er mis met ‘herberg’ als je je dan toch ook op het oudere publiek wilt richten? Zoals een (Franse) wetenschapper zei: “Als Nederland zo door gaat, zal het Nederlands - in het geheel van het grote Europa - verworden tot een dialect dat alleen nog thuis gesproken wordt.” Het is aan jullie………….

 

voor een onvergetelijke vakantie in Marokko

kom tot rust in het ook volgens de Fransen nog echte Frankrijk

er eens lekker tussenuit in eigen land

kom eens wandelen op de Franse campagnega