ga naar de website

"VEI LOU QUÉRI" in de Creuse - Limousin
Chambres en Table d'Hôtes en Gîte
"CHEZ MÉMÉ DELPHINE"

3, Route du Geay    
23220 Moutier-Malcard    
Frankrijk    
Tel. 0033 555 806608    
corrieron@wanadoo.fr    

Nieuwsbrief no. 5 - december 2007

Lieve lezers; vrienden, familie en gasten,

De eerste kerst- en nieuwjaarskaarten beginnen op de mat te vallen (of liever gezegd overhandigd te worden door onze facteur Patrick, onze onvolprezen postbode). Niet alleen dat doet mijn schrijfbelletjes rinkelen, maar ook het feit dat we bijna ons 5e jaar als chambres d’hôtes achter de rug hebben. Dé gelegenheid voor een lustrum-nieuwsbrief dus.
5 jaar al, hoor ik sommigen denken. Jaja, de tijd gaat snel. Het was in mei 2003 dat we officieel goedkeuring voor onze activiteiten kregen.
5 jaar pas, hoor ik anderen denken. Ja, 5 officiële zakelijke jaren, maar we hebben het huis al ruim 6 jaar, Ron woont er sinds die tijd ook (september 2001)en we emigreerden definitief eind maart 2002. 5 of 6 jaar, het doet er niet toe, in ieder geval hoog tijd voor een terugblik.

Maar eerst een sportieve kijk in de toekomst. In 2008 verwacht onze rustige provincie La Creuse een ongekend evenement. Op 10 juli namelijk start de Tour de France in Aigurande, een dorp 12 km bij ons vandaan, voor de 6e etappe naar Super-Besse in de Puy-de Dôme. Zo'n 83 km daarvan worden niet alleen over Creusens grondgebied verreden, maar de hele karavaan komt zelfs door ons dorp, op een steenworp van ons huis. Blijf die dag dus aan de buis gekluisterd of, nog beter, kom het ter plekke bekijken. Moutier-Malcard ligt centraal voor nog 3 andere etappes; de 5e op 9 juli met de aankomst in Châteauroux, de 19e op 25 juli van Roanne naar Montluçon en de 20e etappe op 26 juli, een tijdrit van Cérilly naar Saint-Amand-Montrond. We overwegen speciale Tour-de-France-arrangementen. Gisteren heb ik al een uitnodiging uitgedaan aan Mart Smeets om de Tour vanuit ons huis en tuin te verslaan, dus als je hem voor wilt zijn………………………… [Voor de totale route van de tour op www.letour.fr/2008/TDF/COURSE/fr/le_tour_2008.html.]

Hoe is het ons in die jaren vergaan? Ik zou kunnen volstaan met “uitstekend”, maar daar nemen de meesten van jullie vast geen genoegen mee, denk ik, en bovendien vind ik het zelf ook wel weer eens aardig om voor schrijfster te spelen. Ga er dus maar eens voor zitten (de anderen kunnen hiermee stoppen met lezen).

Na onze verhuizing, voor de grote verbouwing en voordat we officieel ons chambres d’hôtes-label kregen, mochten we al heel wat (vonden we toen) gasten ontvangen. Een aantal van jullie en mensen die naar ons doorgestuurd waren door collega’s uit de buurt. We begonnen dat jaar met zo’n 200 gasten (zeg maar 100 overnachtingen= kamers) en een ongeveer evenzo groot aantal maaltijden. Inmiddels zitten we op 600 overnachtingen (inclusief de gîte) en zo’n 500 geserveerde maaltijden. Het echte seizoen begint zo’n beetje eind april en loopt door tot eind september. Maar de maanden daartussen hebben we ook regelmatig en steeds meer gasten. We boeren dus behoorlijk en we hebben in de loop der jaren dan ook steeds meer zelfbeschermende maatregelen moeten nemen. We zijn immers niet naar Frankrijk gegaan om hier het slachtoffer te worden van de stress van ons eigen succes. Na wat geëxperimenteer hebben we het nu aardig op een rijtje. Buiten het seizoen zeggen we wel eens gewoon nee en in het seizoen serveren we geen maaltijden op woensdag en zondag en vanaf half juli tot eind augustus accepteren we alleen maar boekingen vanaf twee nachten (op een enkele uitzondering, zoals goede bekenden, na). Dit jaar waren we eind september nog ongeveer in dezelfde goede conditie als in mei. Dus we gaan het nieuwe jaar maar op dezelfde voet voort.

“Doen jullie dat allemaal samen”? Jaaah, want als we personeel zouden moeten inhuren, zou de “winst” gauw opgesoupeerd zijn. Nee hoor, het gaat zo prima (hoewel, wie wil er in ruil voor een gratis verblijf, komen voor een grote schoonmaak van het huis?). In de loop der jaren hebben we zo onze eigen taakverdeling ontwikkeld. Ron doet de boodschappen, het kluswerk, de badkamers, zuigt stof, maait en zorgt voor de moestuin. Ik kook, doe de bedden, de rest van het schoonmaken, de bloementuin, de website en de externe communicatie. In grote lijnen dan.

“Word je al die mensen nou nooit eens zat”, wordt ons regelmatig gevraagd. Zelden. Het is namelijk erg leuk om zo gasten te ontvangen. Vooral de maaltijden ’s avonds samen – met soms wel vier nationaliteiten aan tafel - zijn erg gezellig en boeiend. We hebben al heel wat bijzondere mensen mogen ontmoeten. Het is echt Frans om de hele avond onder het genot van een goede maaltijd en glas wijn aan tafel te zitten. Het grootste deel van onze gasten is dan ook afkomstig uit Frankrijk, hoewel het aantal Nederlanders toeneemt. Verder hebben we behoorlijk wat gasten gehad uit België en Engeland, een enkele Duitser, Zwitser, Oostenrijker, Spanjaard en Italiaan en zelfs mensen uit Japan, Kameroen, Amerika, Zuid-Afrika, Tsjechië, Marokko, Algerije, Armenië, Canada en Vietnam. Grappig hè?

Er werd uit ons huis getrouwd, begraven, Oud en Nieuw, Kerst en verjaardagen gevierd, vakantie gehouden, huizen gezocht en we dienden als onderdak voor veel Fransen die op zoek waren naar hun roots, hun genealogie. Vooral ’s winters hebben we nogal wat gasten die ergens in de Creuse aan het werk zijn.
Het grootste deel van onze gasten vond ons via internet (waar zouden we zijn zonder dat medium?). Veel hebben we dan ook te danken aan onze (voormalige) collega’s Henry en Béatrice die als zodanig niet alleen veel mensen hebben doorgestuurd, maar indertijd ook onze website hebben gemaakt en mij inmiddels hebben geleerd dat zelf te doen.  Zij hebben zelf begin dit jaar hun chambres d’hôtes overgedragen aan een ander stel. Ook Sylvie, helpster van het eerste uur, verkocht het afgelopen jaar haar auberge aan haar pleegzoon en kok. 12 jaar is blijkbaar voldoende in dit vak. Ook met de nieuwe collega’s werken we goed samen.

Vele woorden van dank voor ons succes zijn natuurlijk ook op z’n plaats aan onze gasten. Zonder jullie was het immers ook niks geworden. Het percentage (langdurig) trouwe gasten is overigens inmiddels aanzienlijk. Onder de Nederlanders zijn Jos en Trees nog steeds kampioen, met elk jaar een of twee kortere of langere vakanties sinds 2002! Ron en Anita en Ineke doen echter verwoede pogingen hen in te halen. Vanzelfsprekend is een aantal van de gasten tot vrienden gepromoveerd. Onder die vrienden strijden Willem, Freda en George met Janny en Joop om de eer. De meest frequente bezoekers van de familie waren René en Jenny (Rons broer en schoonzus). Ook Rons ouders zijn – ondanks hun zeer hoge leeftijd (87 en 90) – tot nu toe bijna elk jaar nog wel geweest. Laten we hopen dat ze nog vele keren zullen kunnen komen.

Nog meer succesverhalen? Ja hoor, het houdt niet op. Er werd over ons geschreven in Franse (lokaal en regionaal) en Nederlandse bladen (regionaal en landelijk). We werden opgenomen in verschillende reisgidsen in meerdere landen (zowel papieren als virtuele). Maar bovenal zijn we erg vereerd met vermeldingen - sinds 2005 - in twee uitgaven van de Guide de Routard, dé Franse reisgids, en wel de gids van de Auvergne/Limousin en de Meilleurs (beste) Chambres d’Hôtes van Frankrijk (vergelijkbaar met zeg maar Michelin sterren).

Valt er dan zakelijk helemaal niets negatiefs te vertellen? Nou, weinig. Er komen wel eens mensen niet opdagen die wel hebben gereserveerd. En uiteraard hebben we ook wel eens vervelende gasten; die met onopgevoede kinderen bijvoorbeeld, of die discriminerende uitspraken doen, of ons als hun ‘personeel’ zien, of gewoon vreselijk saai zijn. Door die laatste categorie slaan wij ons dapper heen. Met de eerste drie maken we (of liever gezegd ik, jullie kennen mij een beetje…..daarin regelmatig getemperd door Ron) korte metten. Maar we mogen rustig stellen dat 95% van onze gasten zeer aangenaam gezelschap is.  “Chapeau” voor jullie (de anderen krijgen geen nieuwsbrief natuurlijk).
Onder de gasten zitten ook vaak persoonlijke verrassingen. Wat is het namelijk leuk als je na jaren oud collega’s op bezoek krijgt, of voormalige bazen of opdrachtgevers of familie die je in geen 25 jaar gezien hebt.  Ga zo door, mensen!

Wat ons Franse leven betreft, ja, we voelen ons hier erg thuis, vanaf het begin al. We zijn behoorlijk opgenomen in de dorspgemeenschap (hoewel het natuurlijk anders is en blijft als je hier geboren bent). We stellen ons sociaal op, zijn actief in het feestcomité, worden uitgenodigd voor en nemen met plezier deel aan veel lokale en regionale evenementen (en dat zijn er heel wat). Zo ben ik dit voorjaar nog behoorlijk dronkig (dat betekent niet echt dronken, maar dat je hem behoorlijk voelt zitten) geworden tijdens een 6-gangen jachtdiner (georganiseerd door de jagers) dat duurde van 20.00 uur tot 01.00 uur en waarbij de verschillende dranken behoorlijk vloeiden. Vooral de ‘trou des chasseurs” hakte er behoorlijk in. Men is mede daarom (nee, niet door dat dronkig zijn, hoewel dat wel werd gewaardeerd) blij dat we hier zijn komen wonen en werken. Er is daardoor meer leven in de dorpse brouwerij gekomen. De winkel en de bar/tabac profiteren er een beetje van mee. Door de kentekenplaten van de auto’s (buitenlandse en de Franse per departement) zien ze precies hoeveel en welke gasten we hebben. Nieuwsgierigheid? Nee, wij beschouwen dat als positief geïnteresseerd. Ze zijn namelijk erg blij voor ons dat we zoveel succes hebben.

Ons Frans is in de loop der jaren zeer verbeterd (al vindt Ron van zichzelf van niet). Ik betrap me er regelmatig op geen goede Nederlandse zinnen meer op te schrijven (typen), maar zo’n beetje vertaald Frans. En dat terwijl ik zo’n pietje precies was met dat Nederlands. De afgelopen jaren heb ik me heel wat keren gelukkig geprezen dat ik geboren ben met een talenknobbel, maar natuurlijk heeft mijn opleiding er ook erg veel goed aan gedaan. Ik heb dan ook de moeite genomen mijn leraar Frans van de HBS op te snorren (wat is googelen toch makkelijk) om hem daar alsnog voor te bedanken. Hij blijkt zelf inmiddels ook in Frankrijk te wonen en ik mag nu zelfs Wim tegen hem zeggen.

Vergeleken met het begin zijn we niet alleen uitgebreid met een gîte (vakantiehuisje), maar ook met veel beesten. Onze ouwe getrouwe Kanjer mocht hier nog twee jaar van haar vrijheid genieten (en wij van haar), Tessa is inmiddels ook al weer bijna 4 jaar bij ons. Het is een hele andere hond dan Kanjer (die is onvervangbaar), maar we hebben inmiddels toch veel plezier van haar.  Zo dwaas als ze in het begin was (grut, wat hebben we met haar te stellen gehad), zo goed is ze nu. Zeer rustig en gehoorzaam thuis en zeer actief buiten. Dan bruist ze van de energie en doet niets liever als de morgenronde met mij (lopend) en de middagronde met Ron (op de fiets). Ze maakt zo heel wat kilometers per dag (en wij ook). Ook gaat ze vaak met gasten mee uit wandelen.  Op haar best is ze als ze op topsnelheid voor de auto uit mag draven (wat we haar en ons af en toe gunnen als het pijpenstelen regent). Ze rent rustig een half uur lang met een snelheid van 35 km of meer per uur voor je uit, intussen ook nog links en rechts de weilanden op reeën af speurend en achterom kijkend of we nog wel volgen. Het is verschrikkelijk komisch om te zien, net een tekenfilm. Eens in de zoveel tijd is ze ook opeens uren verdwenen. Dan trekt ze er samen met haar vriend, een bordercollie uit een naburig gehucht, op uit. Geen idee wat die twee dan samen doen, maar we hebben nog geen klachten van iemand gehad, dus het zal wel goed zijn. Met wie ze niet meer samen op pad mag is, is Onyx. Die twee samen vertrouwen we niet, omdat Onyx al een paar keer, met een andere hond, op jacht is geweest met desastreuze gevolgen. Hij komt nog regelmatig bij ons, maar ze mogen dan niet meer tegelijk los. Ouwe, getrouwe Onyx is 3 jaar geleden verhuisd vanuit ons dorp naar een gehucht zo’n 17 km hiervandaan. Ondanks dat hij de route nog nooit gelopen had, stond hij na een week weer bij ons in de keuken. Het had hem 3 uur gekost om ons te vinden. Inmiddels loopt hij het binnen een uur, ondanks dat hij ook al 10 jaar is. Een keer in de zoveel tijd krijgt hij het (ons) in de kop en piept hij er tussenuit. Z’n baas belt ons dan alvast maar, zodat we niet naar bed gaan of nog even op hem wachten voor de uitlaatronde. Want, ondanks dat hij dan net 17 km gerend heeft, doet hij niet liever als meteen weer mee op stap. Dat is pas ware liefde, niet? Die liefde is wederzijds, ondanks dat hij een van onze mooiste kippen heeft gedood. Christine. Zij en Mevrouw Van de Poel mochten namelijk bij ons in de tuin scharrelen, omdat Mevrouw Van de Poel door de andere kippen niet getolereerd werd. We kochten Christine erbij om haar gezelschap te houden en dat was een groot succes (ondanks de soms forse flossen in de tuin).
’s Morgens stonden ze bij de keukendeur te tokken om eten en ’s avonds zaten ze tussen de gasten in buiten aan tafel (nee, niet erop), tot grote hilariteit en plezier van die gasten. Maar goed, Onyx had – door ons geïnstrueerd – zeer z’n best gedaan ze niet te zien (hij draaide echt z’n kop af als ze langs hem liepen), maar toen we er op een avond niet waren en ze over hem heen hun nachthok in wilden, is het hem toch te veel geworden. De rothond, maar ja, c’est la nature. Toen kwam Rougette als gezelschapsdame, maar toen werd Mevrouw Van de Poel ’s nachts zelf het slachtoffer van een jagende vos of marter. Ze vertikte het namelijk om binnen te slapen, deed dat liever op de rug van een stoelleuning en ja, dat werd haar toch fataal. Toen hebben we Rougette ook maar bij de anderen gedaan in het weitje naast de tuin, waar ze op haar beurt door een beest uit het hok werd gesleept. (Die namen waren overigens bedacht door onze gasten.) Dit voorjaar hebben er opnieuw twee kippen met hun kroost in de tuin rondgescharreld. Het is ontzettend leuk om te zien hoe de kuikentjes tot kip worden opgevoed. Ik begrijp nu pas echt goed waarom we de uitdrukking ‘als een moeder kloek’ gebruiken. We zijn begonnen met 6 kippen en 1 haan. Na wat (natuurlijke) en (onnatuurlijke) mutaties is de stand nu 1 enorme haan, 6 kippen, 3 haantjes in de vriezer en 1 nog te gaan.

Ja, je leest het goed, na de groenten en het fruit (moestuin, kas en boomgaardje) zijn we nu ook zelfsupporting wat het vlees betreft. Er zitten niet alleen hanen in, maar ook konijnen. Dit voorjaar werd onze veestapel uitgebreid met een konijn van de buurvrouw die, gedekt door een ram van weer andere buren, ons maar liefst 10 kleintjes schonk. Dolle pret. Ron heeft twee hokken met ren op wieltjes gemaakt, zodat ze niet alleen bewegingsvrijheid hebben, maar ook ons gazon kort houden. Onze gasten (klein én groot) waren al niet weg te slaan bij de geitjes en kippen, de konijnen waren een nog groter succes. Er waren zelfs kinderen die in de ren bij de konijntjes kropen. Het is ook enig al die poezeligheid. Maar ja, kleintjes worden groot ….. (niet verder vertellen tegen de kinderen!) We hebben twee voedsters gehouden. Een van de twee mag in het voorjaar weer baren voor het plezier van ons en de gasten en onze vleesvoorraad voor de winter erna.
Nee, geitenvlees zit niet in de vriezer. Onze twee biquettes (zoals ze hier worden genoemd) hebben wel twee keer kleintjes gehad, maar die zijn naar andere liefhebbers vertrokken (hoewel me dat elke keer zeer aan het hard ging). De eerste worp naar onze overbuurman, de tweede naar onze nieuwe collega’s in La Celle Dunoise. Onze vaste bok Bibi, die steeds brutaler wordt en steeds harder gaat stinken, is in november weer wezen logeren, dus als het goed is, komt er in het voorjaar weer jong geitengoed. Ook die mag ik niet houden, want die zijn al besteld door Henry en Béatrice. Nooit geweten dat geitjes zo leuk zijn. Hoewel Ron wat anders over de bok denkt nadat die 2x de jonge (en zeer beschermde) fruitbomen had opgegeten en de afgelopen keer (slechts) de ruif heeft gemold en Ron zelf een optater heeft gegeven.

Jullie begrijpen dat het hier vanaf het voorjaar een waar feest is met al dat jonge spul. Het maakt het extra werk en zorg meer dan goed. En Tessa? Ondanks dat het een jachthond is en in het wild wel jaagt, doet ze ons beestenspul niets, ze loopt er rustig tussendoor en ze verdedigt ze eerder als er een andere hond in de tuin is. Voor de geitjes heeft ze een heilig respect. Ze zal dus ook wel een keer een optater hebben gekregen.

De tijd staat hier ook wat het leven betreft, letterlijk, niet stil. Ik vertelde jullie al eerder over al die oude buren die we hebben. Hadden, moet ik bijna gaan zeggen, want inmiddels zijn er heel wat niet meer in leven. De ‘honderdjarige’ aan het eind van de straat is 104 geworden, onze buurvrouwen/moeders van onze buren, 94 en 98, mevrouw Barrat 97. Helaas is ook onze buurman Dédé (80) overleden, wat wij beiden heel jammer vinden. We (vooral ik) hadden een erg goed contact met hem en voordat hij ziek werd, had hij er net een gewoonte van gemaakt om zondagsmorgens tijdens ons ontbijt even langs te wippen en hij leerde me patois (streektaal). Blijkbaar voelde hij zijn naderend einde aankomen, want voor die tijd heeft hij nog de oude boerderij opgeruimd en mij verblijd met stukken voor het museum op de cour. Nadat hij daar eerst vreselijk om moest lachen (wat moet je met die ouwe troep), vond hij het later toch wel leuk en heeft hij me vervolgens verblijd met van alles en nog wat (tot kapotte plastic stoelen en oude autobanden toe, dan was hij die meteen ook maar mooi kwijt). En hij was zelfs een beetje ontroerd toen ik hem gekscherend tot directeur van het museum heb benoemd. Hij is voor onze deur in elkaar gezakt, volkomen verzwakt door een kanker aan de nieren. De tijd dat hij thuis op bed lag, wipte ik dagelijks even bij hem langs om hem op te fleuren, maar het heeft niet meer mogen baten. De laatste maanden lag hij in een verpleegtehuis vlakbij en nadat hij begrepen had wat hij mankeerde, heeft hij niet meer willen praten en eten. Ik ben de laatste tegen wie hij gelachen heeft (m’n buurvrouw zegt dat nog vrijwel dagelijks tegen me, uit dankbaarheid), maar dat is een schrale troost. Onze arme buuf zit nu helemaal alleen in die grote boerderij (ze wil niet anders dan blijven), met twee kinderen 3 uur rijden hier vandaan (waarvan een net het zicht uit z’n ogen vrijwel is verloren door een ongeluk met kalk) en een in een tehuis (zwaar autistisch), knieën en heupen waaraan ze eigenlijk geopereerd moet worden, kortom niet iedereen leeft hier als God in Frankrijk. Voor de meesten is het gewoon hard buffelen.

Onze overburen (alleen in de zomermaanden), Emile en Jeanine (80 en 86), leven nog wel, maar als ze in november weer naar Clermont-Ferrand (waar ze ‘s winters wonen) zijn vertrokken, vragen we ons altijd af of we ze de volgende zomer nog wel weer zullen zien.
Zelf worden we er natuurlijk ook niet jonger op. Er zijn zo van die ijkpunten in je leven; als er voor het eerst iemand aan de deur niet naar je moeder vraagt, als je opeens merkt dat je interessant wordt voor oudere (toen was dat ± 50!) mannen en als ze gaan zeggen dat je er goed uitziet voor je leeftijd. Zelf inmiddels de 50 gepasseerd, ben ik blijkbaar in dat stadium aangeland. Ik merk er verder nog niet zoveel van eerlijk gezegd en voel me ook met deze leeftijd wel weer prettig. Behalve dan als ik overvallen wordt door zo’n verd…. opvlieger, want tja, ondanks dat ik mezelf beloofd had daar niet aan te doen (intimi onder jullie weten waarom), kan ik het blijkbaar toch niet tegenhouden. Maar voor de rest ben ik nog ‘alive and kicking’.

Ron is iets minder enthousiast over zijn gezondheidstoestand (maar ja, het is ook een echt Hoogie, zegt zijn familie). Na de ziekte van lyme, twee meniscussen en (eindelijk) twee tennisellebogen te hebben overwonnen, is hij nog steeds een wat krakende wagen met blessures hier, een pijntje daar en natuurlijk z’n chronische darmontsteking waar hij nooit meer van af schijnt te komen, maar wat intussen (weer) onder controle lijkt. Het weerhoudt hem er niet van tussendoor hard te werken, te fietsen, te tennissen en te golfen. Hij is onlangs lid geworden van de golfbaan bij ons in de buurt ter stimulering, maar ja, golfen zonder z’n maat Erik, is en blijft nu eenmaal minder leuk. Dat mist hij. Voor het overige is hij – na een bezoek aan Nederland – weer blij als hij thuis in Frankrijk is.

Ron gaat nog wel 1 à 2 keer per jaar Nederland voor familie- en vriendenbezoek, om ons huisje in de Achterhoek te controleren (www.bungalow-nederland.com) en om te golfen met Erik natuurlijk. Hij doet dat als ik in Marokko ben. Jullie weten van mijn “projectje” daar (zo niet, lees de website www.aziamtrek.com er nog maar eens op na). Ik doe dat inmiddels 6 jaar en het heeft succes mag ik constateren. Als extra heb ik inmiddels ook een scholingsfonds opgericht dat het mogelijk moet maken kinderen daar (goed) onderwijs te geven. Dat is namelijk niet zo evident. Ik heb heel veel werk aan de reizen en het fonds en het kost af en toe heel wat moeite, maar als ik er dan weer ben en de resultaten zie, maakt dat alles weer goed. Bovendien wordt het daar voor mij alleen maar leuker, naarmate ik er langer kom. Ze dragen me daar op handen, verzorgen me aan alle kanten en het is heerlijk om dat te ondergaan.  We zijn (h)echte vrienden. Volgend jaar wordt een druk Marokkojaar. Er staan dit voorjaar al liefst vier reizen vast en er zijn er nog drie in de planning voor de rest van het jaar. Liefhebbers, houdt de website in de gaten!

Nee, we missen Nederland helemaal niet. Hoe kan het ook anders? (De meesten van) Jullie weten dat we hier een prachtig huis hebben in een evenzo mooie, heerlijk rustige (en voor ons) ongecompliceerde omgeving, met alles wat ons hartje begeert. En jullie komen allemaal hierheen, wat wil je nog meer? We hopen jullie volgend jaar weer bij ons te hebben.

Voor nu wensen wij jullie allemaal hele fijne feestdagen en een gelukkig en gezond 2008!

Corrie en Ron

voor een onvergetelijke vakantie in Marokko

kom tot rust in het ook volgens de Fransen nog echte Frankrijk

er eens lekker tussenuit in eigen land

kom eens wandelen op de Franse campagnega